f t g m
Copyright 2021 - @Lelienhuyze.nl

De sluis bij Engelen

(door Martin Berens)

Wie van ons, kent niet de sluis bij Engelen. Als wij vroeger gingen zwemmen in de Maas bij Gewande of Hedel, kwam je met de fiets altijd terecht bij de Sluis van Engelen. Wisten wij veel dat deze sluis een monument was en was vernoemd naar het bastion Henriette, wat weer een onderdeel was van Fort Crèvecoeur. Overigens dit bastion was vernoemd naar de laatst nog levende tante van stadhouder Willem III, Henriette Catharina van Nassau.

Het pontveer of de brug

Fietsend vanuit den Bosch via de Oude Engelenseweg, kwamen wij dan bij de sluis uit zodat je dan geen gebruik hoefde te maken van de pont bij Engelen. Via de sluisdeuren kon je de sluis oversteken en na het passeren van de sluis bij Crèvecoeur kwam je uit bij Treurenburg en de Maasdijk.

Nu heeft het natuurlijk weinig zin als je alleen over de sluis gaat schrijven want de sluis was en is een wezenlijk onderdeel van het Henriette-kanaal. Een afsplitsing van de Dieze richting de Maas. Vóór de aanleg van het Diezekanaal, liep de vaarweg van ’s-Hertogenbosch naar de Maas via de schutsluis bij Crèvecoeur uit 1735, de huidige spuisluis zeg maar.

De Maasmond Wet

Het begon natuurlijk allemaal met de aanleg van de Bergsche Maas die vanaf 1888 werd gegraven. Door de eeuwen heen was de loop van de Maas meer noordelijker gaan lopen en was de Maas op twee plaatsen verbonden met de Waal/Lek. Namelijk bij Woudrichem en bij fort St. Andries. Hoogwater op Rijn, Waal en Lek werd afgevoerd naar de Maas en leidde dan onvermijdelijk tot opstoppingen op de Maas en zorgde daarbij natuurlijk ook voor overstromingen. Voor de regering was dit onacceptabel. Via de Maasmond Wet werd door het afsluiten van de twee doorgangen én het graven van een nieuwe rivierbedding (vaak door de middeleeuwse loop heen), het peil van het Maaswater drastisch verlaagd. Hierdoor werd het risico op overstromingen sterk verminderd en hielden de Bosschenaren droge voetjes. Zeker toen ook nog eens een keer het Afwateringskanaal (Drongelens kanaal) werd gegraven. Hoeveel lager de stand van het water in de Maas was geworden bleek in 1921. De sluisdeuren van sluis Crèvecoeur sloten niet meer goed aan op de drempel en de Dieze liep bijna leeg met als gevolg een te lage waterstand en geen scheepvaart meer mogelijk!

 Het verlagen van het peil in de Maas leverde meteen veel problemen op bij de schutsluis Crèvecoeur. Omdat de Maaswaterstand veel lager werd, werd ook het peil in de schutsluis verlaagd. Hierdoor was het voor grotere schepen niet mogelijk om bij laag tij, over de toegangsdrempel te varen. En de schutsluis was zeer belangrijk voor de scheepvaart op de Dieze. Immers via de Dieze kwam men uit op de Zuid-Willemsvaart, een belangrijke waterweg die via Helmond naar Maastricht voerde. Zo gingen er in de jaren 1894 t/m 1896 gemiddeld 18991 schepen door de schutsluis bij Crèvecoeur met een inhoud van gemiddeld 1613673 m3. Overigens was het grootste schip wat in die tijd de Dieze bevoer 63 meter lang en had een diepgang van 2,20 meter. Inhoud 713 ton.

Daarnaast kende men toch wel problemen in de Dieze door de twee bijna haakse bochten bij Engelen.

Een nieuwe uitweg voor de Dieze

Men besloot dan ook een kanaal te graven die rechtstreeks zou uitmonden in de Maas, op een andere plaats dan de toenmalige. Immers de uitgang van de Dieze bij Crèvecoeur was aan de binnenzijde van een bocht in de Maas gelegen. Hierdoor hadden schippers een slecht uitzicht op het Maasverkeer. Eerst dacht men aan een kanaal te graven door de Hambaken, maar daar was Engelen het niet mee eens. Immers de scheepvaart door de Dieze was van groot belang voor de Engelenaren. Velen verdienden hier hun brood mee. Het meest natuurlijk werd verdiend door de zogenaamde togenaars die de schepen via het toogpad naar den Bosch toe sleepten. Men besloot dus de Dieze te kanaliseren en vanaf de bocht bij kasteeltje Meerwijck, een kanaal te graven rechtstreeks naar de Maas. Daar zou hij uitkomen in een buitenbocht, hetgeen ook weer goed was voor de veiligheid.

Het nieuwe kanaal ging dwars door de Steeg (een verbindingsweg met Bokhoven) en sneed een stuk van de polder af. Deze polder die nu moeilijker te bereiken was, werd vanaf dat moment omgedoopt naar Henriettewaard, een verwijzing naar bastion Henriette van het fort Crèvecoeur. De bevolking noemde de Henrietttewaard echter al spoedig “klein polderke”. Men bood de Engelense bevolking een brug over de sluis aan. Deze kwam er niet wel werd er een kabelpont aangelegd, welke tot 1976 heeft gevaren. In eerste instantie werd deze pont door een knecht over het kanaal getrokken. (Veel) later werd de kabelpont vervangen door een pont met buitenboordmotor. In 1976 werd er een hefbrug over de sluis gelegd en behoefde het landbouwverkeer niet meer met de pont en hoefden de fietsers en wandelaars richting Crèvecoeur en verder niet meer over de sluisdeuren heen te lopen.

Meteen maar een grote sluis

De sluis zelf werd meteen geschikt gemaakt voor grotere schepen. Echt grote schepen konden niet door de Zuid-Willemsvaart ,want die was te ondiep en te smal, maar ze konden in ieder geval komen tot aan den Bosch. De sluis werd uitgevoerd met twee gemetselde hoofden en een gemetselde schutskolk. Elk der hoofden kregen twee sluisdeuren, zodat ze zowel het hogere Maaswater als het hogere Diezewater konden tegenhouden. In de wanden van de kolk werden zogenaamde langsriolen met elk nog eens 6 dwarsriolen aangelegd, die ervoor moesten zorgen dat het schutten sneller en regelmatiger zou gaan. Daarnaast kregen de sluisdeuren ook nog eens jaloezie-schuiven. Het bijzondere zat hem in de afsluitingen van e dwarsriolen. Deze waren namelijk van het zogenaamde “Caligny” systeem genoemd naar de Franse waterbouwkundig ingenieur Anatole de Caligny en tamelijk zeldzaam in Nederland. Dus al met al een sluis van civieltechnisch en historisch belang.

Omdat de sluis dag en nacht bewaakt en bediend moest worden, werden de sluiswachters in de buurt gehuisvest. Door Rijkswaterstaat werden er 3 sluiswachterswoningen gebouwd, die stonden aan de noordelijke kant van de sluis. De oorspronkelijke woningen zijn inmiddels al gesloopt. De huidige sluiswachterswoningen zijn later gebouwd. Zeker in die tijd was een baan bij de overheid geen vetpot. Als aanvulling op hun inkomen kregen de sluiswachter ook de beschikking over een moestuin. De overtollige producten uit die moestuin werden dan weer verkocht aan de passerende schippers.  Dat complex ligt nog steeds in de Henriettewaard en is nog steeds in gebruik als volkstuinenomplex onder beheer van de laatste sluiswachter.

En de bouw van de schutssluis, mocht wat kosten. Samen met het aangelegde kanaal, kostte het 1.1 miljoen gulden. Een heel bedrag voor die tijd (1897). 

Sluiting van de schutsluis Crevecoeur

De sluis bij Crèvecoeur werd gesloten. De spuisluis Crèvecoeur werd bediend vanaf de Henriettesluis. En het scheepvaartverkeer door de nieuwe schutsluis en de gekanaliseerde Dieze kon na 1904 weer volop worden bevaren. Engelen bleef economisch verbonden aan de scheepvaart van en naar ’s-Hertogenbosch. In de loop der jaren was het niet alleen de beroepsvaart die gebruik maakte van de sluis bij Engelen. Meer en meer pleziervaart gebruikt tegenwoordig de sluis om van en naar ’s-Hertogenbosch en wellicht ook verder via de Zuid Willemsvaart. Zeker wanneer er een evenement is in den Bosch, is het een komen en gaan in de sluis. Het grotere vrachtverkeer kan nog steeds niet verder dan den Bosch komen, maar dat zijn dan ook flinke containerschepen die soms in hun eentje de sluis vullen. Het veer dat zo pontificaal werd geopend tussen Engelen en de Henriettewaard, bleef nog tot 1976 in takt. Het bleef natuurlijk niet het schuitje waarmee men in de eerste decennia overstak. Op het einde werd er zelfs nog een veerboot ingezet die eerst gevaren had bij Berne. Er werd een prachtige hefbrug aangelegd over de sluis zodat vanaf toe de ellenlange wachttijden afgelopen waren, maar waarmee de cafés aan de Engelense kant toch wel veel klandizie kwijtraakten. 

Omlegging kanaal ook einde sluis?

Zoals al vele malen beschreven, is de Zuid-Willemsvaart door de binnenstad van den Bosch een groot obstakel voor de beroepsvaart naar bijvoorbeeld Veghel en Helmond. Er is ook geen mogelijkheid dit kanaal te verbreden en te verdiepen, zodat er grotere schepen door kunnen. Daarnaast is de scheepvaart natuurlijk wel een obstakel in een drukke binnenstad als den Bosch, waar het kanaal 4 bruggen moet passeren. Daarom heeft men besloten de Zuid-Willemsvaart vanaf Den Dungen om te leggen, waar hij tussen Empel en Gewande via een grote schutsluis, uit zal monden in de Maas. Het huidige Maxima kanaal dat inmiddels dienst doet.
Alhoewel het aantal scheepvaartbewegingen en het totale tonnage behoorlijk is afgenomen in de Henriettesluis, zal dit zeker niet het einde betekenen voor deze parmantige 110 jarige. Immers de grote schepen voor de containerhaven bij de Rietvelden en de pleziervaart zullen volgens ons nog tot in de lengte der dagen gebruik blijven maken van deze doorgang.

 

Geraadpleegde Bronnen

Veer Engelen-Henriettewaard, publ. BHIC

Henriettesluis.
 een cultuurhistorische inventarisatie.
Door Bram Steketee

Scheepvaartkanaal van Engelen naar de Henriettewaard, Een volledige beschrijving van de werkzaamheden door H. van Oord, 1897 (uit collectie N. de Bont)

Engelen Grensdorp aan de Dieze 2011, Engelen en het water door Bram Steketee en Hans Willems

Persoonlijke ervaringen, Martin Berens