f t g m
Copyright 2021 - @Lelienhuyze.nl

De RegenboogLelie nr 4, februari 2021

 

 

Inleiding.

 Beste medebewoners. Wat hebben we in deze editie in de Nieuwsbrief?

Een artikel over gesignaleerde vogels rondom ons kasteel. Iets over of we droge voeten houden bij hoog water in de Maas.

En wat hebben we genoten van de sneeuw en ijspret! De sneeuw voor de ingang bleek snel opgeruimd met veel hulp van bewoners. Verder een klein artikel over de hoogteligging van ons kasteel. Een oproep voor een bijeenkomst van Samen Slimmer Rijden.

Voor de uitslag van de enquête nemen we iets meer tijd en daar komen we in een speciale editie snel op terug met de volledige verwerking van alle opmerkingen.

Veel leesplezier!

Samen Slimmer Rijden informatie-avonden

In december hebben jullie de eerste informatie ontvangen over het deel-auto-project “Samen Slimmer Rijden”. Tot nu hebben zich meer dan 50 geïnteresseerden gemeld binnen de Haverleij. Wil jij meedoen? Of wil je meer informatie? Kom dan naar één van de online informatiebijeenkomsten. Er zijn bijeenkomsten op donderdag 25 februari en dinsdag 9 maart. Aanmelden op https://haverleij.samenslimrijden.nl/aanmelden. Alle informatie vind je ook terug op onze website www.lelienhuyze.nl onder “duurzaamheid”.

 

Vreemde vogels rond ons kasteel.

De afgelopen weken kregen we via de app fotootjes rondgestuurd van een aantal vogels die je niet zo vaak ziet. We gaan hieronder even in op de verschillende vogels.

De ijsvogel:

Dit is een inheemse vogels die vooral bij water te vinden is. Hoewel zijn naam doet vermoeden dat hij van de winter houdt, blijkt dat een koude winter vaak funest is voor dit beestje. Hoe hij aan zijn naam Ijsvogel komt, kan te maken hebben met het feit dat hij in de winter vaak bij een wak in het ijs gezien werd om vissen uit te vangen. De laatste jaren gaat het in aantallen weer goed met hem.

De Mandarijneend:

Een prachtige eend , maar wel een exoot. Hij is dus geen eend die van oorsprong hier voorkomt. Van oorsprong Aziatisch maar uit gevangenschap ontsnapt en hij  gedijt pima in West Europa. Maar evenals de ijsvogel is een erg koude winter niet goed voor hem.

De casarca:

Deze eend wordt ook wel Roestgans genoemd. Het is een eend maar wel groot en weer iets kleiner dan een gans. Het verspreidingsgebied is Zuid Oost Europa maar af en toe komen ze hier ook voor. Ze kunnen ook ontsnapt zijn uit gevangenschap. Half januari zwom er één in de gracht.

Droge voeten in de Haverleij bij hoog water in de Maas?

De ouderen onder ons zullen het zich nog wel herinneren: in 1993 en 1995 kwam het water van de Maas zo hoog te staan, dat in Midden Limburg honderden huizen onderliepen. Ook in Den Bosch hebben we het gemerkt: De dijk van de Dommel bij Chalet Royal begaf het en het Bossche Broek liep vol met water. Tot overmaat van ramp had Rijkswaterstaat nooit rekening gehouden met dit scenario waardoor ook de A2 geheel blank kwam te staan. (zie foto)

 

Ook het gebied tussen de rivieren moest ontruimd worden wegens gevaar op dijkdoorbraken. De jaren daarna was het credo: dit eens maar nooit weer. De waterschappen zijn vanaf dat moment aan de slag gegaan om maatregelen te nemen zodat we veilig in de buurt van de grote rivieren kunnen wonen.

Ik heb eind januari contact gezocht met het waterschap Aa en Maas waar wij onder vallen om eens te vragen hoe het staat met de maatregelen die in de afgelopen jaren zijn  genomen en wat die maatregelen betekenen voor het wonen in de Haverleij.

De maas 4 februari 2021

Een paar vragen zijn voorgelegd aan Bas de Boer van het Waterschap:

Moeten wij ons zorgen maken bij hoog water in de Maas?
“Nou nee. De maatregelen die de afgelopen jaren zijn genomen hebben onze dijken en het gebied achter de dijken heel veilig gemaakt. De dijken zijn verhoogd, de Maas heeft op veel plekken de ruimte gekregen door “waterbergingsgebieden” te maken en soms zijn zelfs dijken verlegd of gaan nog verlegd worden. Andere maatregelen zijn het meer laten meanderen van Dommel en Aa zodat het water wat langzamer stroomt en niet alles tegelijk op de Maas geloosd wordt.”

Hoe zit het met de overstromingskans in de Haverleij? De site www.overstroomik.nl geeft aan dat ik in mijn leven een kans heb van 10% (+) dat mijn huis onder water komt te staan met een waterkolom van maximaal 3.50 meter hoog.

(een beetje lacherig): “Tja, die site geeft de kans aan maar ik zou me daar niet zo druk over maken. De huidige maatregelen en eisen zijn zo streng dat we werken met een zeer conservatieve benadering ( het allerergste geval) en bovendien is het waterschap dagelijks in de weer met inspecties. Daarnaast zijn er plannen in de maak om de dijken opnieuw te verhogen maar dat zijn ingewikkelde trajecten. O.a. via dijktafels (overleg met direct betrokkenen)”

Maar toch even terug naar de overstromingskans: Het rapport HoWaBo (Hoog Water Aanpak  Den Bosch) geeft aan dat er één keer in de 150 jaar een flinke overstromingskans is. Wat betekent dat dan het wonen in de Haverleij?

“Bij het spoorwegviaduct ten zuiden van het station ( bij oude PNEM gebouw) is richting de Gement een doorlaat (zie foto) gemaakt die moet voorkomen dat de Dommel net als in 1995 Het Bossche Broek instroomt of anderzijds veel druk op de Maas geeft. Het water uit de Dommel gaat bij hoog water de Gement in en langs een paar jaar geleden aangelegde dijken wordt het richting Nieuwkuijk afgevoerd. Zo voorkomen we dat er veel water tegelijk in de Maas stroomt. Er moet nog een duiker onder de A59 aangelegd worden want ook het gebied rondom het Engelermeer wordt bij erg hoog water gebruikt als waterbergingsgebied.”

Hoe veilig wonen we nu maar ook in de toekomst?

“Vanwege de klimaatopwarming met langere droge en warmere perioden maar ook met veel meer neerslag, zijn we nu in de weer met een plan dat in 2050 gereed moet zijn en waarin de hoogste veiligheidsnormen zijn verwerkt. Die zijn dus strenger dan de huidige. We zitten nu in de beoordelingsfase hiervan. Daarbij houden we ook rekening met (nieuwe) natuurontwikkeling zoals in de Gement is gerealiseerd.”


Voor wie meer wenst te weten over dit onderwerp:
www.waterpeilen.nl
www.meanderendemaas.nl

www.aaenmaas.nl/in-jouw-buurt/projectenkaart/howabo/

www.waterveiligheidsportaal.nl/#/nss/nss/current


Hoe hoog boven NAP ligt Leliënhuyze?

Een paar weken geleden was te lezen in een groot landelijk ochtendblad dat er nu op bijna vierkante meter (!) nauwkeurig te lezen valt hoe hoog elk plekje in Nederlad ligt.  Dankzij satellieten en de digitalisering van die gegevens kun je heel precies zien hoe hoog bijvoorbeeld de Haverleij ligt, maar ook ons kasteel.

De site waarop je e.e.a. kunt lezen is www.ahn.nl. De letters AHN staan voor Algemeen Hoogtebestand Nederland.
De redactie nam eens een kijkje via de viewer van die site en lette op onze directe omgeving.

De vier binnenpleintjes liggen op 3,155 meter boven NAP. Het grote plein van de binnenring ligt op 5.99 meter boven NAP.
De wandelpaden rondom ons kasteel liggen op ca 3.10 meter. De Omloop voor de deur ligt op 3.78 meter. De Maasdijk ligt op ca 7.00 meter afhankelijk van waar je “prikt”. Varieert een paar centimeter.
Neem zelf ook maar eens een kijkje!

 

Fort Crevecoeur  (Empel)

door Martin Berens

Gelegen aan de monding van de Dieze in de Maas was dit fort van grote strategische betekenis. Het werd omstreeks 1587 gesticht in de 80-jarige oorlog door de Staatse "vijand" van de stad 's-Hertogenbosch en de zuidelijke Nederlanden in opdracht van de graaf van Hohenlo. In de buurt van de plek waar hij het Spaanse leger had verslagen. De Spaanse commandant Haultepenne had deze slag niet overleefd en hierdoor zouden volgens overlevering de Spaanse soldaten deze plaats "hartenleed" hebben genoemd, oftewel in het Frans "Crèvecoeur". Een andere verklaring voor deze naam is de overlast die dit fort als controlepost bezorgde aan de scheepvaart naar 's-Hertogenbosch. Deze liep langs Meerwijk en later ook via een kanaal dóór het fort.

Sinds de aanleg van het nieuwe kanaal en de sluis in de Henriëttewaard bij Engelen aan het eind van de 19e eeuw is deze situatie aanmerkelijk verbeterd. Het kanaal door het fort is nu gedempt, maar nog herkenbaar aan een verlaging in het terrein. Nadat het fort door de graaf van Hohenlo in 1587 was gesticht, werd het korte tijd later alweer geslecht door zijn eigen legers. Maar nadat de restanten van de schans in handen waren gekomen van de Spaanse troepen werd het fort al spoedig herbouwd en uitgebreid in 1589. Na een jaar kwam het fort alweer in Staatse handen onder leiding van prins Maurits. 

In 1593 werd het fort tevergeefs belegerd door Spaanse troepen onder de graaf van Mansfeldt, zes jaar later lukte het de Spanjaarden onder Mendoza het fort te veroveren, echter maar voor één jaar, want in 1600 verscheen Maurits met zijn legers en nam het weer in bezit na hevige beschietingen vanaf het land en het water. Het fort werd vervolgens uitgebreid met een totaal van zeven bastions. Tijdens het beroemde beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 was fort Crèvecoeur een belangrijk knooppunt in de bevoorrading van de Staatse legers. Het werd bewaakt door de soldaten uit het leger van de graaf van Solms die gelegerd waren op de nabijgelegen schans van Engelen (zie ook volgende beschrijving). Na de 80-jarige oorlog volgende een korte periode van rust totdat in het rampjaar 1672 de Franse legers van maarschalk Turenne fort Crèvecoeur belegerden. Na enkele dagen dapper verzet werd het fort aan de vijand overgegeven. De Fransen hebben het fort bezet tot hun terugtocht in 1673 waarbij ze het vestingwerk grotendeels met de grond gelijk maakten, uitgezonderd een soldatenkerkje op het fort. 

Kort na 1698 werd Crèvecoeur opnieuw leven ingeblazen toen de bekende vestingbouwkundige Menno van Coehoorn een nieuwe zuidelijke verdedigingslinie had ontworpen tussen Bergen op Zoom en Grave. Dit "zuidelijk frontier" werd gevormd door een stelsel van forten, versterkte steden en inundatiegebieden (gronden die bij oorlog onder water konden worden gezet). Crèvecoeur werd herbouwd en vervulde een belangrijke taak bij de inundatieplannen. Tevens werd het genoemde kanaal en de schutsluis in het fort opgenomen voor de scheepvaart naar de Dieze als de omgeving onder water zou worden gezet. Omstreeks 1735 waren de werkzaamheden gereed. Het fort bestond uit 7 bastions: vijf westelijk van de sluis, twee oostelijk. Op het terrein bevonden zich het eerder genoemde kerkje, twee wachthuizen, vier kruitmagazijnen, een commandeurshuis, een woning voor sluiswachters en een aantal kazematten. 

Aan het eind van de 18e eeuw werd het fort hersteld na vele jaren achterstallig onderhoud. In 1794 werd Crèvecoeur veroverd door de Franse legers van Pichegru. Na de Franse tijd werd het fort regelmatig veranderd in de 19de en 20ste eeuw. Zo werd het aantal bastions aan westzijde van de sluis teruggebracht van vijf naar drie en veranderde de omgeving drastisch na de aanleg van de spoorlijn Utrecht-'s-Hertogenbosch pal ten oosten van het fort. Na 1866 verloor het fort zijn classificatie en strategisch nut. Het behield echter wel zijn militaire bestemming. In 1944 werd het zwaar beschadigd tijdens de bevrijding van 's-Hertogenbosch, waarbij de meeste vroegere gebouwen op het fort werden vernietigd (kerk, commandeurshuis etc.). Toch zijn nu nog diverse onderdelen bewaard gebleven, zoals kazematten en kruithuis die een afspiegeling vormen van de interessante geschiedenis van het fort. Het fort is sinds lange tijd in gebruik door de Genie als militair depot en oefenterrein.

Bosch allerlei (Stadsarchief), door Ed Hupkens

Fort Crèvecoeur: een verwaarloosde vesting

Op zaterdag 2 juni 2012 werden bij Fort Crèvecoeur rondleidingen gehouden. Het gebied rondom het fort is sinds lange tijd in gebruik door de genie als militair depot en oefenterrein. Normaal is het uitgestrekte terrein verboden gebied voor burgers. De belangstelling om er eens kijkje te kunnen nemen - onder leiding van gidsen van de Groene Vesting en Natuurmonumenten - was daarom groot.

Fort Crèvecoeur - gelegen aan de monding van de Dieze - was van groot strategische betekenis. Het fort werd gebouwd eind 1587, in opdracht van de graaf van Hohenlo, legeraanvoerder in dienst van de Staten-Generaal van Holland. Ongeveer op de plek waar hij in de zomer van dat jaar de Spaanse troepen had verslagen. De stad 's-Hertogenbosch had de hulp ingeroepen van de Spaanse strijdmacht ter verdediging van een mogelijke aanval door het Staatse leger. De Spaanse veldheer Claude de Barlaimont, heer van Haultepenne, werd bij een aanval getroffen door een schot uit een coluvrini (een klein kanon) vanaf een schip. Ernstig gewond werd hij naar 's-Hertogenbosch vervoerd, waar hij op 14 juli 1587 overleed. Het verdriet om de dood van deze geliefde Spaanse krijgsman was zo groot, dat de onder hem staande troepen de plaats, waar hij getroffen werd, 'Crepi Cordium' noemden. In het Frans werd dat 'Crèver Coeur', hetgeen betekent: hartsmart - harteleed - hartbreker. Een andere verklaring van de naam Crèvecoeur geeft A.J. van der Aa in zijn Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden uit 1841. De Bosschenaren zouden deze naam gegeven hebben uit onvrede, omdat de scheepvaart naar de Maas door de controlerende aanwezigheid van dit militaire bolwerk ernstig belemmerd werd.

Hevige machtsstrijd

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog is het fort lijdend voorwerp geweest van hevige gevechten. Wie het fort in bezit had, had de controle over de scheepvaart op de Maas. Bovendien kon het dienen als vooruitgeschoven post ofwel ter verdediging (door de Spanjaarden) dan wel als aanvalspunt (door de Staatsen) van de stad 's-Hertogenbosch. Door de jaren heen wisselde de schans verschillende keren van eigenaar. Enkele malen werd het fort tot de grond toe afgebroken, weer opgebouwd, uitgebreid en versterkt met bolwerken. In 1629 lukte het Frederik Hendrik om de Onoverwinnelijke Moerasdraak - zoals de bijnaam van 's-Hertogenbosch luidde - te veroveren. Ook Fort Crèvecoeur heeft in het beleg en de inname van de stad zijn aandeel gehad. 

Met het sluiten van de Vrede van Münster eindigde in 1648 de Tachtigjarige Oorlog met de Spanjaarden. Tot 1672 bleef het rustig in en rond Fort Crèvecoeur, toen verschenen echter Franse troepen in het Brabantse land. Begin juli van dat jaar sloeg de Franse generaal Turenne het beleg rond het fort, dat op 19 juli capituleerde. Staatse troepen dwongen de Fransen in 1673 het fort te verlaten. Die brachten grote vernielingen aan, lieten het kruithuis met 500 pond kruit de lucht invliegen. Woningen en gebouwen werden in brand gestoken. Het commandeurshuis en soldatenkerkje bleven vooralsnog gespaard. Bij besluit van de Staten-Generaal in 1673 werden echter het commandeurshuis en resterende verdedigingswerken alsnog gesloopt, teneinde de vijand geen gelegenheid te bieden zich daar eventueel opnieuw te verschansen. In die tijd was Fort Crèvecoeur direct aan de Maas gelegen. De Dieze had toen twee armen, die rond het gebied van het fort naar de Maas leidden. Nadat de vesting er jaren verwoest bij had gelegen, ontwierp zo'n veertig jaren later de Nederlandse vestingbouwkundige Menno van Coehoorn plannen tot herstel van Crèvecoeur. 

Zuider Frontier

Eind 17e, begin 18e eeuw ontstonden plannen voor een verdedigingslinie tegen een inval door Franse troepen vanuit het zuiden, zoals was gebeurd in het Rampjaar 1672. 's-Hertogenbosch zou deel uitmaken van deze linie, de Zuider Frontier. In 1701 werd een aanbesteding gedaan voor de herbouw van Crèvecoeur, naar een ontwerp van Menno van Coehoorn. Zijn plan stuitte op veel verzet uit kringen van boeren en schippers. Zij zouden hinder ondervinden van mogelijke onderwaterzettingen (inundaties), een aan het fort - door middel van sluizen - toebedeelde taak. Na jaren van praten, tekeningen maken, begrotingen indienen, kwam men met de volgende oplossing: er zou een kanaal met schutsluis komen, dat dwars door het fort kwam te lopen van de Dieze naar de Maas; daarnaast zou een gracht gegraven worden, die moest dienen als reserve voor het water dat nodig was om in geval van dreiging het land onder water te kunnen zetten. Geldgebrek en de dood van zowel koning Willem III als de ontwerper Menno van Coehoorn waren de oorzaak, dat het oorspronkelijke plan slechts voor een deel werd uitgevoerd. In 1735 is de volgende bebouwing gerealiseerd: kazematten, twee Corps de Garde (wachtgebouwen), één grote en drie kleine kruitmagazijnen, commandeurshuis, woning voor sluispersoneel, haven met waterpoort, het in 1673 gespaard gebleven kerkje. Verder telde het fort: zeven bastions (met de namen: Empel, Heel, Maase, Boeckhoven, Dies, Engelen, Henriëtte), drie ravelijnen, twee halve manen. In 1746 kwam de uitvoering van de sluis en de schutsluizen klaar. 

Verwaarloosde vesting

Na 1748 werden er vrijwel geen gelden meer beschikbaar gesteld voor onderhoud van het fort. In 1794 werd Crèvecoeur veroverd door het Frans Noorderleger van Pichegru. Na de Franse Tijd werd het fort regelmatig veranderd in de 19e en 20ste eeuw. Zo werd het aantal bastions aan de westzijde van de sluis van vijf naar drie teruggebracht. In 1832 meldde een inspectierapport: “De vestingmuur verkeert in de hoogste staat van bouwvalligheid”. Vanaf 1866 begon het fort zijn classificatie en strategische waarde te verliezen door veranderende inzichten omtrent de strategie van het verdedigen van land en water. Het behield echter wel zijn militaire bestemming. De in deze periode gebouwde spoorbrug 's-Hertogenbosch - Utrecht maakte nieuwe voorzieningen aan het fort nodig. De kruin van des spoorbaan lag hoger dan de hoofdwal van het fort. Daardoor was het niet meer mogelijk rechtstreeks op de Maasdijk en het land ten zuiden van de rivier te vuren. Daarom werden er in 1874 aan de oostzijde van de spoorbrug twee batterijen geschut geplaatst. In 1890 werd het Henriëttekanaal gegraven, waardoor het kanaal in het fort overbodig werd. Bij Koninklijk Besluit van 28 mei 1926 werd Crèvecoeur als vesting opgeheven. Tot 1937 bestond Fort Crèvecoeur nog in zijn oorspronkelijke vorm. Bij de bouw van de verkeersbrug over de Maas in dat jaar, werd de nieuwe weg over het oostelijk gedeelte van het fort aangelegd. De bastions Hedel en Empel werden hiertoe afgegraven, daarbij werd ook de gracht aan de oostzijde gedempt. Tijdens de bevrijding van 's-Hertogenbosch werden de meeste vroegere gebouwen zwaar beschadigd. Bij de verbreding van de verkeersweg in 1945 moest het nog resterende gedeelte van het oostelijke bolwerk worden gesloopt. Het kanaal en de schutsluis, die het fort in tweeën deelden, zijn al heel lang geleden gedempt en gesloopt. De loop van het kanaal is echter nu nog goed herkenbaar door een verlaging in het terrein. Van de oostelijke helft van het fortterrein is weinig meer over dan restanten van een ravelijn. Het westelijk deel van het uitgestrekte gebied is nog grotendeels, zij het sterk verwaarloosd, aanwezig. Er zijn nog diverse elementen bewaard gebleven, zoals kazematten en een kruithuis. Die verkeren echter in een dermate slechte staat, dat het tijdens een rondleiding gevaarlijk en dus verboden is er al te dicht bij te komen. Herstel en restauratie van de nog aanwezige militaire relicten is dringend gewenst: zij vormen een afspiegeling van de interessante en belangwekkende geschiedenis van dit eens zo machtige bolwerk.

Bronnen

  • Bruggeman, Rond Crèvecoeur, 's-Hertogenbosch, 1992
  • Nijhof & A. Steketee, Sluis op het fort Crèvecoeur, 's-Hertogenbosch 3 (1996), pag. 99-101
  • KringNieuws 4 (2012) 8-9

 

Tot slot.

Aanmelden voor de nieuwsbrief kan nog steeds bij de redactie.

Redactieadres:
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Els Niessen, Pieter Kemper